Direct naar:

Cardioloog Joan Meeder: ‘Wetenschappelijke bewijs van genderverschillen toepassen in de praktijk.’

Cardiologie is een vrij jong medisch specialisme. De groei kwam in de jaren ’60 en ’70 toen er veel relatief jonge mannen aan een hartinfarct overleden. Vrouwen hadden lange tijd minder risico op een hartinfarct dan mannen. Het hormoon oestrogeen beschermt ze, in ieder geval tot de overgang. Ook leefden ze gezonder: ze rookten en dronken minder dan mannen. Toen vrouwen minder gezond gingen leven en men steeds ouder werd, kwamen hart- en vaatziekten steeds vaker ook bij vrouwen voor.

Man, zittend op tafel voor grote boekenkast in het Heart Rock Café
Annemarie Bakker fotografie

De cardiologische zorg is gelukkig sterk verbeterd. In de jaren ’70 overleed 40 procent van de mensen die met een groot hartinfarct het ziekenhuis haalden, nu is dat nog maar 2 procent. Dat betekent een verschuiving van ‘overleven’ naar ‘klachtenbehandeling en kwaliteit van leven’. Vrouwen leven gemiddeld drie jaar langer dan mannen, maar daarvan brengen ze meer jaren met ziekte door, dus met minder kwaliteit van leven.

Meer alertheid

Vrouwen met hartklachten, daar is veel meer alertheid op dan een aantal jaar geleden. Mede dankzij een aantal voorvechtsters. We hebben betere methodes om onderzoek te doen. Er is nu apparatuur waarmee we coronaire functietesten kunnen uitvoeren. Dat is onderzoek waarbij heel nauwkeurig de haarvaten en kransslagader in beeld worden gebracht. Zo kunnen we hartziektes, als coronaire vaatdysfunctie, opsporen die vaker bij vrouwen voorkomen. Er zijn zeven ziekenhuizen waar dit onderzoek mogelijk is. Dit aantal zal snel toenemen.

Mannenhart, vrouwenhart

We kunnen het verschil tussen het mannen- en vrouwenhart veel beter meten. Daar is wel een nuance in te maken. Deels zijn er fysieke verschillen, deels zijn er communicatieverschillen. Vrouwen presenteren hun klachten op een andere manier dan mannen. Ze vullen vaak al in wat het is of hoe het komt.

Kennis toepassen

De beroepsvereniging van cardiologen heeft sinds 2009 een werkgroep gender. We hebben veel meer kennis dan tien jaar geleden over genderverschillen, maar het beeld is verre van volledig en zeker nog niet breed toegepast in de zorg. De kennis heeft al wel geresulteerd in een praktijkdocument en leidraad. Dit zijn richtlijnen voor de behandeling, toegespitst op de mannelijke of vrouwelijke patiënt. Ook hebben we een kennisagenda, dat is een planning van de onderzoeken die gaande zijn of die eraan komen, bij de NVVC. Bij elk onderdeel van deze agenda wordt de gendervraag gesteld. Met behulp van veel andere organisaties, als de Hartstichting, ZonMW, DCVA, Harteraad en NHG b.v., willen we de know-how over genderverschillen verder gaan uitbouwen en met name gaan toepassen in de dagelijkse praktijk.

dr. J.G. (Joan) Meeder is vice-voorzitter van de NVVC, de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie. Hij schreef een proefschrift over ‘Myocardiale Perfusion Imaging in Coronary Microvascular Disorders’ en werkt als cardioloog in VieCuri Medisch Centrum Noord-Limburg.

Is deze pagina nuttig?
Bedankt voor je feedback!