Ga naar main content
  • Leefstijl en preventie

Joke (78): ‘Ik wilde zeker weten dat ik het goed deed’

Begin main content

Na mijn operatie aan een baarmoederverzakking was me niet duidelijk wat ik wel en niet mocht doen. Ik ging zelf op zoek en vond tegenstrijdige informatie. Het lijkt me belangrijk dat het ziekenhuis heldere beweegadviezen meegeeft en daarbij de ervaringen van patiënten meeneemt. Afgelopen december ben ik geopereerd aan een baarmoederverzakking. De baarmoeder wordt normaal gesproken door een soort elastische banden op haar plaats gehouden. Bij mij waren die banden helemaal opgerekt. Tijdens de operatie halen ze de banden op en zetten ze die weer vast. Na de operatie mag je er geen druk op uitoefenen, anders kunnen de hechtingen losraken. Vooral de eerste zes weken moet je het rustig aan doen. 

Ik had mondeling wel wat informatie gekregen, ook voorafgaand aan de operatie. Maar op papier of op de website bood het ziekenhuis geen specifieke informatie aan over deze operatie en het herstel. Wel over een baarmoederverwijdering, maar dat is toch weer anders. 
Ik had behoefte aan meer houvast. Ik doe bijvoorbeeld al jaren aan fysiofitness en zat met de vraag: welke oefeningen mag ik na mijn operatie doen en welke niet? Ik legde mijn app van de fysio met oefeningen aan het ziekenhuis voor.  “Ja… op één been staan mag in ieder geval wel,” kreeg ik te horen. Daar had ik weinig aan.

Tegenstrijdige informatie

Ik ging zelf op zoek en keek op websites van andere ziekenhuizen, omdat ik aannam dat zij betrouwbare informatie boden. De adviezen die ik tegenkwam, waren niet eenduidig. Volgens bepaalde ziekenhuizen mocht ik de eerste week niet meer dan één kilo tillen, na twee weken mocht het drie kilo zijn en na vier tot zes weken vijf kilo. Er waren ook ziekenhuizen die al die tijd drie kilo aanhielden. En zelfs een paar die het gewicht in de periode van zes weken lieten oplopen tot tien kilo. 

Het ging ook om dingen zoals ‘wanneer mag je weer fietsen?’. Bij sommige ziekenhuizen stond het er wel bij, bij andere niet. Of wanneer je weer mocht werken. Dat is op mij niet van toepassing, want die leeftijd heb ik wel gehad. En dan was er het advies: wanneer je je goed genoeg voelt. Je hebt altijd mensen die dan denken ‘het kan wel weer’ en die dan eigenlijk te vroeg beginnen. Van dat soort dingen zou ik graag zien dat het veel concreter meegegeven wordt. 
Al die tegenstrijdige informatie maakte me onzeker. Gelukkig ben ik handig genoeg om het zelf uit te puzzelen en dingen naast elkaar te leggen. Ik heb steeds het minimale gepakt, zo van: dan zit ik veilig. 

Helder beweegadvies 

Later bij mijn controle heb ik het met mijn gynaecoloog besproken: “Volgens mij is het handig als jullie als gynaecologenvereniging eens heldere beweegadviezen opstellen.” Ze moest lachen: ”Daar willen ze hun tijd niet aan besteden.” Mijn gynaecoloog is een heel leuk mens, een pittige dame. Ze had zelf ook al gezien dat er informatie ontbrak en had haar arts-assistent opdracht gegeven om daar eens naar te kijken. Dus ze was blij met alles wat ik uitgezocht had. Ik heb in ieder geval hier in het ziekenhuis wat in gang gezet. 

Creatieve oplossingen

Omdat ik geen duidelijke regels meekreeg van het ziekenhuis, zocht ik het thuis ook zelf uit. Eigenlijk zou ik twee weken in een zorgpension verblijven, omdat ik sinds het overlijden van mijn man alleen woon. Maar na een week had ik het er wel gezien. Je kunt heel creatief zijn hoor. Heel simpel: ik heb een paar pannen op het aanrecht staan, die schuif ik onder de cooker en dan naar de kookplaat toe. Zo hoefde ik niet te tillen. Verder heb ik al heel lang een kruk op wieltjes. Bij het uitruimen van de afwasmachine ging ik voor de onderste lade zitten. Dan hoefde ik niet te bukken. 
Van mijn man had ik nog een rollator die we indertijd hadden gekocht. Als ik boodschappen moest doen, nam ik de rollator mee. Daar kon ik de spullen inleggen en ze er thuis ook weer één voor één uitpakken. Voor de rest liet ik mijn boodschappen bezorgen door de Appie. En ik had een paar grijpstokken. Ik gebruik ze nog steeds, bijvoorbeeld om de balkondeur op de haak te zetten. Op zich had ik na de operatie geen moeite met bukken, dat was juist het verraderlijke.

Kennis én ervaring

Mijn zoon zei een keer: “Volgens mij had je eigenlijk medicijnen willen studeren.” Ik vind het inderdaad een interessant vakgebied. In mijn jongere jaren heb ik bij een ziekenhuis gewerkt, als schakel tussen de afdeling automatisering en de verpleging. Daardoor is het ziekenhuis voor mij bekend terrein, ben ik digitaal vaardig en kijk ik niet meer zo tegen artsen op.

Voor mij was het zelf op zoek moeten naar informatie geen probleem. Voor anderen kan het dat wel zijn. Niet iedereen is mondig en in staat om zelf informatie te op te zoeken. Zeker als mensen wat moeite hebben met de taal. En als je tegenstrijdige adviezen krijgt, hoe weet dan wat je moet kiezen? Wat voor de één goed is, kan voor de ander niet werken. Dat merkte ik zelf toen ik medicijnen kreeg voor een schildklieraandoening. Het was echt zoeken naar de juiste dosering. Je kon niet in het algemeen stellen dat bepaalde waarden goed zijn. Het luistert zo nauw en is heel persoonlijk. 

Van mij mogen ziekenhuizen vaker de kennis van specialisten combineren met de ervaringen van patiënten. Zo kunnen ze heldere adviezen geven die rekening houden met de verschillen tussen mensen. Juist bij aandoeningen die wat minder voorkomen lijkt me dat heel belangrijk.